Verkiezingen 2025: wie lost de wooncrisis echt op?
De woningmarkt is opnieuw hét verkiezingsthema. Starters kunnen nauwelijks een huis vinden, de huurmarkt zit op slot en de bouw stokt. Vrijwel alle partijen beloven verandering, maar hun plannen lopen sterk uiteen, vooral als het gaat om de hypotheekrenteaftrek en de rol van de overheid.

Rechts: bouwen zonder extra regels
Aan de rechterkant van het politieke spectrum, met partijen als VVD, PVV, BBB, JA21, FvD en SGP, ligt de nadruk op bouwen, deregulering en behoud van fiscale voordelen. De hypotheekrenteaftrek blijft volgens deze partijen essentieel om wonen betaalbaar te houden. De VVD wil bovendien sparen voor een eerste woning fiscaal stimuleren, terwijl de PVV duurzaamheidseisen wil schrappen om sneller te kunnen bouwen.
Midden: hervormen zonder schokken
Het midden, met onder andere CDA en NSC, kiest voor geleidelijke aanpassing. Het CDA wil de hypotheekrenteaftrek op termijn afbouwen, maar over een periode van dertig jaar, waarbij de opbrengsten worden gebruikt om de inkomstenbelasting te verlagen. NSC wil vooral stabiliteit op de woningmarkt en denkt dat huiseigenaren langer recht moeten houden op renteaftrek. Beide partijen benadrukken dat het woningaanbod omhoog moet zonder grote fiscale schokken.
Links: wonen als grondrecht
Aan de linkerkant, met partijen als GroenLinks-PvdA, D66, Volt, SP, ChristenUnie, Partij voor de Dieren en Denk, overheerst het idee dat wonen een basisrecht is en geen beleggingsobject. Zij willen de hypotheekrenteaftrek sneller afbouwen en de opbrengst gebruiken voor woningbouw en lastenverlichting. Volt wil dat binnen vier jaar afronden, D66 en GroenLinks-PvdA mikken op een periode van tien tot twaalf jaar. Daarnaast zetten deze partijen in op duurzaamheid en meer publieke investeringen.
Bouwtempo en regels
Over één punt zijn vrijwel alle partijen het eens: er moeten meer huizen komen. De vraag is vooral hoe dat moet gebeuren. Sommige partijen willen procedures inkorten en regels versoepelen, anderen willen juist dat de overheid sterker stuurt. Volgens Taco van Hoek, directeur van het Economisch Instituut voor de Bouw, ligt de oplossing binnen handbereik. “Met het juiste beleid kunnen we binnen vijf jaar de woningnood oplossen. Er is genoeg ruimte, maar we bouwen te weinig aan de randen van dorpen en steden.” Hij wijst erop dat regelgeving en de Wet betaalbare huur het aanbod juist hebben verkleind, omdat verhuurders hun woningen verkochten.
Meer dan één maatregel
Ook DNB-president Olaf Sleijpen pleit voor een bredere blik. “De grootste fout is om steeds op één maatregel in te zoomen. Alleen de hypotheekrenteaftrek aanpassen lost het probleem niet op,” zegt hij. Volgens Sleijpen is een samenhangend pakket nodig: versneld bouwen, stabiel fiscaal beleid en ruimte voor verschillende woonvormen.
De verkiezingen draaien dus niet om één knop, maar om de juiste balans tussen bouwen, belasting en regelgeving. Wie straks de coalitie vormt, bepaalt of de woningmarkt eindelijk in beweging komt, of nog vier jaar vastzit.