‘Aflossingsvrij’ wordt te letterlijk genomen

26 september 2018

Al eerder dit jaar was de aflossingsvrije hypotheek – en de mogelijke problemen die ze op gaat leveren – uitgebreid in het nieuws. Deze week opnieuw: het Nibud deed in opdracht van de Rabobank een onderzoek naar deze hypotheekvorm en concludeert onder andere dat een zesde van de huiseigenaren met een dergelijke lening aan het einde van de looptijd niet het complete bedrag kunnen aflossen.

€83.000 tekort

Meer dan 2 miljoen huiseigenaren hebben in Nederland een aflossingsvrije hypotheek. De groep die aan het einde van hun dertigjarige looptijd niet de volledige lening kunnen terugbetalen, komen gemiddeld zo’n €83.000 tekort. Inmiddels kun je geen aflossingsvrije hypotheek meer afsluiten zonder je hypotheekrente-aftrek in te moeten leveren. Hierdoor komt het dat veel van de mensen met een dergelijke hypotheek tussen de 55 en 65 jaar zijn, toen zij de lening afsloten was het nog een heel gunstige optie.

5% geen idee

Inmiddels bereiden banken en andere hypotheekverstrekkers zich voor op de betalingsproblemen die op korte termijn kunnen ontstaan. Uit het onderzoek van het Nibud blijkt namelijk dat naast de ruim 333 duizend hypotheekhouders die duizenden euro’s tekort komen, zo’n 5% helemaal geen idee heeft wat voor soort lening ze hebben en wat dat ‘aflossingsvrij’ nu precies inhoudt.

Aflossingsvrij is niet aflossingsvrij

Het grootste probleem is misschien wel de term ‘aflossingsvrij’. Ten onrechte wordt gesuggereerd dat je nooit iets hoeft af te lossen en dat je dus na een looptijd van dertig jaar automatisch schuldenvrij bent. Dat is natuurlijk niet waar. De hypotheek loopt namelijk dertig jaar door, dan kan de bank ervoor kiezen om de restschuld in één keer op te eisen, of om te herfinancieren. Vaak is er van het laatste geen sprake, omdat de consument meestal niet meer kapitaalkrachtig genoeg is om de verlenging te betalen.

Dertig jaar vast, en dan?

Dit komt mede omdat veel mensen dertig jaar later minder kapitaalkrachtig zijn, omdat ze al (bijna) met pensioen zijn waardoor hun inkomen niet meer past bij de relatief hoge hypotheek. Dan is zelfs de overwaarde van een huis niet meer toereikend voor verlenging van dezelfde lening.  Daarnaast is de  hypotheekrente sinds 2001 nog maar voor maximaal dertig jaar aftrekbaar, wat betekent dat de hypotheeklasten na dertig jaar aflossingsvrije hypotheek behoorlijk kunnen stijgen. Ook verloopt na een afgesproken termijn, vaak ‘dertig jaar vast’ ook de lage hypotheekrente, en wordt vervangen door een hoger rentetarief.

Mogelijke oplossingen

Consumenten met een aflossingsvrije hypotheek worden van verschillende kanten aangespoord om in actie te komen en niet af te wachten tot hun termijn van dertig jaar vast afloopt. De drie meest besproken opties om problemen te voorkomen zijn dan:

  • Sluit je hypotheek over met hulp van een hypotheekadviseur, kies een andere hypotheekvorm (nu je nog niet met pensioen bent) en profiteer van het voordeel van een scherpere rente.
  • Los op tijd een zo groot mogelijk deel van je hypotheek af, dan zijn de mogelijkheden om een vervolglening af te sluiten over je restschuld groter.
  • De meest rigoureuze oplossing: verkoop je huis en ga kleiner wonen, afhankelijk van de overwaarde van je huis en de maximale hypotheek die je af kan sluiten.

Auteur: Francis Boer

Over hypotheken

Loonbelastingbeschikking

Als je een eigen woning hebt, mag je de hypotheekrente opvoeren als aftrekpost voor de inkomstenbelasting. Hiervoor moet je bij de Belastingdienst een loonbelastingbeschikking aanvragen. Vaak kan de belastingaftrek vooraf …