Aanpak van het woningtekort

21 november 2018

Jaarlijks laat het Ministerie van Binnenlandse Zaken de rapportage ‘De Staat van de Woningmarkt’ maken. Uit de meest recente rapportage kunnen we een aantal zorgwekkende conclusies trekken: de woningnood zal – als het huidige beleid wordt volgehouden – de komende twaalf (!) jaar niet of nauwelijks afnemen. Wat moet er veranderen?

Tekort in 2030

Uit het onderzoek kwam onder andere naar voren dat er in 2030 – rekening houdend met de huidige en toekomstige bouwproductie – 8,3 miljoen woningen beschikbaar zijn, terwijl er 8,5 miljoen huishoudens zijn die eigen onderdak verlangen. Op dit moment ligt het verschil tussen vraag naar huizen en het aanbod op 246.000, dat is zo’n 3,2% van de woningvoorraad. In 2030 zal dit tekort ietsje zijn afgenomen maar nog steeds op 221.000 liggen, wat neerkomt op (dan) 2,6% van de woningvoorraad.

Woonagenda

Volgens de hiervoor beschreven berekeningen zal de woningnood dus iets afnemen, dat is toch alleen maar positief? Dat klopt, ware het niet dat deze cijfers zijn gebaseerd op de Woonagenda, waarin werd afgesproken dat er jaarlijks (vanaf 2020) minstens 75.000 woningen bij worden gebouwd.  Gemeentes en provincies weigerden zich echter aan de Woonagenda te committeren. Volgens bevolkingsonderzoeksbureau Primos gaan er tot 2030 maar 58.416 woningen worden bijgebouwd, waardoor de woningnood alleen maar toe zal nemen.

Te weinig nieuwbouw in steden

Uit de rapportage blijkt daarnaast dat vooral in de Randstedelijke provincies de vraag naar huizen de komende twaalf jaar nog steeds meer toe zal nemen. In grote steden Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag, Eindhoven en Groningen stijgen op dit moment de prijzen al naar historische hoogtes, de vraag blijft maar groeien terwijl er in deze steden te weinig nieuwbouw is.

Plan van aanpak

Naar aanleiding van de rapportage De Staat van de Woningmarkt, schreef minister Kajsa Ollongren een brief naar de Tweede Kamer, met daarin een plan om met name de toegenomen woningnood in de hiervoor beschreven grote steden aan te pakken. De bouwproductie zal hier flink versneld moeten worden. Hoe? Door met de afzonderlijke regio’s in gesprek te gaan en afspraken te maken.

Afspraken op maat

Bij deze afspraken – die in het eerste kwartaal van 2019 zullen worden vastgelegd – worden lokale marktpartijen en woningbouwcorporaties betrokken. Juist omdat bijvoorbeeld bouwers vinden dat ze worden tegengewerkt door de lokale overheid. De gemeente eist namelijk goedkope woningen, maar dan wel op grond die voor de hoogste prijs wordt aangeboden.

Urgentie

Of deze aanpak van samen in gesprek gaan en een eigen aanpak per regio gaat werken, is nog maar de vraag. Minister Ollongren zelf is positief, ze merkt dat ook de lokale overheden steeds meer de urgentie zien van een snelle toename van nieuwbouw, waardoor er ruimte is voor concessies naar woningbouwcorporaties.

Auteur: Francis Boer

Over hypotheken

Juridische looptijd

De juridische looptijd is de looptijd waarvoor een overeenkomst, zoals een overeenkomst van geldlening gesloten is. Deze looptijd hoeft niet gelijk te zijn aan de economische looptijd van een hypothecaire …